Heeft u een handicap met een permanent of progressief karakter, dan heeft u in het kader van de Wegenverkeerswetgeving de mogelijkheid om in aanmerking te komen voor een Europese Gehandicaptenparkeerkaart. Met deze kaart kunt u parkeren op de gehandicaptenplaatsen in de meeste Europese landen. U moet zich echter wel houden aan de regels die gelden voor het land waar u parkeert. De Europese gehandicaptenparkeerkaart is (in beginsel) vijf jaar geldig en geldt voor de hele EU.
Er zijn drie soorten kaarten:
Bent u gehandicapt en bestuurt u zelf de auto, dan kunt u een verzoek indienen voor de afgifte van een bestuurderskaart. De aanvrager moet niet in staat zijn zelfstandig meer dan 100 meter aan een stuk te voet af te leggen. Met deze kaart kunt u een auto op een algemene gehandicaptenparkeerplaats parkeren. De parkeerkaart is niet kentekengebonden, de bestuurder kan dus met elk voertuig gebruik maken van de kaart.
Als u door uw handicap afhankelijk bent van vervoer van anderen, dan kunt u een passagierskaart aanvragen. De aanvrager moet niet in staat zijn zelfstandig meer dan 100 meter aan een stuk te voet af te leggen én voor het vervoer van deur tot deur continu afhankelijk zijn van de hulp van de bestuurder. Met deze kaart kunt u op algemene gehandicaptenparkeerplaatsen parkeren. Deze kaart is persoonsgebonden.
De kaart voor (AWBZ) instellingen is bestemd voor het vervoer van de bewoners. Deze instellingen kunnen voor collectief vervoer van de bewoners een gehandicaptenkaart aanvragen. Met deze instellingenkaart is het niet meer noodzakelijk om voor iedere bewoner afzonderlijk een kaart aan te vragen.
De belangrijkste voorwaarden zijn:
U heeft het volgende nodig bij de aanvraag van een bestuurderskaart:
U vraagt de gehandicaptenparkeerkaart aan bij de gemeente.
De gemeente neemt binnen acht weken een besluit. De gemeente kan deze termijn een keer verlengen.
U kunt bezwaar maken tegen de beslissing van de gemeente. U moet dan binnen zes weken reageren.
€ 145,80 (prijspeil 2013)